Kerken, neem een voorbeeld aan de coronacommissie

In de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster bepleit H. Koopman om in navolging van de parlementaire enquetecommisie van de Tweede Kamer – die het handelen van de overheid in de coronacrisis moet onderzoeken – de houding van de kerken in deze crisis tegen het licht te houden.
Deze weken onderzoekt een parlementaire enquêtecommissie de coronamaatregelen, die door de overheid werden genomen tijdens de coronacrisis. Koopman schrijft dat hij daarbij moest denken aan de uitspraak van de Heere Jezus dat “de kinderen dezer wereld voorzichtiger zijn dan de kinderen des lichts in hun geslacht”. ‘De vraag is nu of het geen tijd wordt dat de kerken ook in de spiegel gaan kijken.’
Koopman: ‘De overheid bekent eerlijk dat sommige maatregelen niet goed doordacht waren. Moeten ook wij niet bekennen dat Gods instellingen met voeten zijn getreden? (…) Dit onderzoek zou ook aanbevelingen kunnen geven hoe we in een soortgelijke situatie moeten handelen richting onze overheid’.
Kerktelevisie
Hij wijst erop dat het ‘verregaande ingrijpen in het kerkelijk leven’ veel impact heeft gehad. ‘De nadelige gevolgen tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn’. Hij is daarbij kritisch op onder andere de live uitzendingen – ‘kerktelevisie’ – en het gebruik van bekertjes tijdens het Heilig Avondmaal en het niet houden van collectes.
Hij signaleert dat er nauwelijks reflectie hierop is. ‘‘Hoe noodzakelijk is het om als kerken van Nederland – evenals de overheid nu doet – de aangenomen houding en de maatregelen die door hen genomen werden te toetsen aan Gods Woord en aan de geestelijke grondhouding van onze oudvaders in tijden van crises’.
Geen boetedagen
Hij wijst op het voorbeeld van kerken in Nederland tijdens pestepidemiën. ‘Gezonde mensen werd de kerkgang nooit geweigerd, de bediening van de sacramenten ging door, pastoraal bezoek werd niet geweigerd en er werden biddagen uitgeschreven’.
Met name dat laatste heeft hij gemist in de coronatijd. ‘De Bijbelse oproep tot het houden van een bid- en boetedag ten tijde van de pest werd niet of nauwelijks gehoord. Ook een oproep om te komen tot de erkentenis van de plaag van ons hart werd maar weinig vernomen’.
Hij concludeert: ‘God slaat ons het hardst als er geen schuldbelijdenis en vernedering van het hart onder Gods slaande hand gezien wordt’.
Hij besluit daarom met een oproep: ‘De overheid probeert lessen te trekken door een parlementaire enquête uit te voeren. Maar wat hebben wij geleerd? Laten we inkeren tot onszelf’.
















