Een Nederlandse predikant stak een sigaret op. 'Is that man a christian?' reageerde de man verbaasd

‘Sigaret verkort leven met twintig minuten. Hoe eerder je stopt, hoe langer je leeft’, kopte onlangs een dagblad. De cijfers komen van een Brits onderzoek. Wat zegt het ons?
‘Sigaret verkort leven met twintig minuten. Hoe eerder je stopt, hoe langer je leeft’, kopte onlangs een dagblad. De cijfers komen van een Brits onderzoek. Wat zegt het ons?
Misschien begeef ik me op glad ijs. Toch wil ik er in liefde over schrijven.
Ik wil niet veroordelend boven de roker te staan, maar kom naast u zitten. Ik spreek in deze uit ervaring. Wellicht leest u deze column met een sigaret in de hand. U vraagt misschien: waarom schrijft een evangelist over roken? Heeft dat iets met evangelisatie te maken?
Veel kerken hebben een inloophuis, bemand door vrijwilligers. Elke kerk wil zo het Evangelie handen en voeten geven. In zo’n inloop komen bezoekers met andere (geloofs)opvattingen. Verschillenden van hen vinden het vreemd dat sommige vrijwilligers roken. Ze zijn er stellig van overtuigd dat een waar christen niet hoort te roken. Daarmee verwoest je je lichaam dat ook gekocht is door Jezus’ bloed. Ze leggen de nadruk op de heiliging van het leven. Ik moet ze gelijk geven.
‘Gij zult niet doden’
Op elke pakje sigaretten staan waarschuwingen dat roken ziekmakend en dodelijk is.
Zondag 40 gaat over het zesde gebod. Zelden hoor ik dat bij de uitleg van dit gebod tegen roken wordt gewaarschuwd. Hoe komt dit? Zou het kunnen dat roken onder ons te veel wordt vergoelijkt?
Van onze broeders en zusters in het buitenland kunnen we veel leren. Bij Russische baptisten is het bijvoorbeeld uitgesloten dat een christen rookt. Ook mensen die onder de zegen van ons zendingswerk christen zijn geworden, kijken vreemd op als je als visitatieafgevaardigde rookt.
Tijdens de pauze van zo’n visitatiebezoek stak een Nederlandse predikant een sigaret op. Verwonderd vroeg één van die broeders aan een andere predikant uit Nederland: ‘Is that man a Christian?’ Deze broeder kon niet begrijpen dat z’n blanke broeder een sigaret opstak.
Als ze ons zagen roken, zouden deze buitenlandse broeders wellicht vragen: ‘Do you call yourselves Christians and then smoke?’ [Noem je jezelf een christen en dan roken?]
Zouden de discipelen gerookt hebben?
Ik blijf wat dichter bij huis. Jaren was ik evangelist in Amsterdam. Zou het dan niet vreemd geweest zijn als ik met een sigaret in de hand een evangelisatiegesprek had? Het is bijna oneerbiedig om te vragen, maar zouden de discipelen van de Heere Jezus gerookt hebben als dat toen mogelijk was?
Komt roken – en drinken – niet te veel onder ons voor? We kunnen in allerlei dingen heel stipt zijn, terwijl dit in de schaduw blijft.
Levensheiliging
We laten de cijfers van het onderzoek nog even op ons inwerken. Als je tien sigaretten per dag rookt, verkort je je leven gemiddeld met twintig minuten per dag. Dat geeft te denken. Ik wil niet wettisch zijn, maar wil wel de vinger op een gevoelig punt leggen.
Het gaat in ons leven om de noodzaak van wedergeboorte, van geloof en berouw over de zonden, maar ook om levensheiliging. Dit willen we onze bezoekers ook uitleggen. Zou roken daar niet onder vallen?
Elke christen heeft zijn boezemzonde(n) waartegen gestreden moet worden. Misschien zijn er lezers die tobben met deze zonde. Ik denk aan die jongeman die ik ontmoette in het evangeliesatiewerk. De Heere zette hem stil. Hij voelde aan dat roken én christen-zijn niet samen konden gaan. Hij legde dit voor de Heere neer. Later vertelde hij mij dat de Heere hem eraf had geholpen.
En u die rookt? Leg dit voor de Heere neer. Christus is als Koning machtig en gewillig ook déze zonde bij u te verbreken.
















