Kunstenaar Gonda den Engelsman: „In de kerk luister ik in beelden"

Interview 12 augustus 2026 4 minuten Beppie van de Beek
Gonda den Engelsman-Karens (
Anna Hage

Ze is jong, nog geen dertig jaar oud, als ze er als moeder plotsklaps alleen voor staat. De kunst die kunstenares Gonda den Engelsman-Karens (53) daarna maakt, is nooit meer zoals die daarvoor. „Hierin kan ik meer dan in woorden uitdrukken hoe nietig wij zijn en hóe heilig en zuiver het hierboven is.”

Ze begon met schilderen als jong meisje, twijfelde hevig tussen de pabo en de kunstacademie. „Het werd uiteindelijk de pabo, want ‘schilderen kun je altijd nog’. Tijdens de workshops die ik geef, komt mijn kennis goed van pas.

Schilderen heb ik ernaast altijd gedaan. Eerst vooral fotorealistisch. Dat vinden mensen mooi, het is herkenbaar, je krijgt al snel lof.

Ik maakte vooral veel trouwteksten. Dat vond ik mooi om te doen. Dan dronk ik als het ware die tekst in.

Als je eenmaal in die stijl schildert, dan krijg je aanvragen die daarop voortborduren. Nu zou ik zoiets niet snel meer maken. Ik kwam erachter dat het niet is waar ik mijn hart in kwijt kan.”

„Ik maak tijdens elke preek een schets of vertolking van wat ik hoor, om de preek voor mezelf te verwerken”

Minder opdrachten
Ze neemt nu geen opdrachten meer aan. „Ik deed het met veel plezier en heb er veel van geleerd, maar op den duur voelde ik die opdrachten op mijn schouders. Begrijp je?”

Als je wéét dat mensen iets verwachten – en soms wel vijf opdrachtgevers tegelijk – dan kon dat me aanvliegen. Het verlamde me soms .

Wat ik zélf wilde maken schoot erbij in. Daarom heb ik afgelopen Kerstvakantie besloten om de laatste aanvragen af te maken en me daarna te focussen op vrij werk.

Ik vind het spannend, maar het geeft me wel voldoening.”

Luisteren in beelden
Haar ideeën vangt ze in schetsboekjes. Glimlachend: „Mijn zogenaamde kerkboekjes. In de kerk luister ik in beelden. Het helpt me dan om het te tekenen.

Ik maak tijdens elke preek een schets of vertolking van wat ik hoor, om de preek voor mezelf te verwerken. Die opzetjes vormen ook de ideeën voor werken die ik wil maken."

Craquelé
Als ze vertelt over haar handelsmerk op bijna elk doek – craquelé – breekt er vanbinnen iets. Het kwam nadat ze een groot verlies leed. „Ik verloor mijn man, Jan Peter, toen ik nog maar 29 jaar was. We hadden vier kinderen, van wie de oudste toen bijna zeven was.

Zijn gemis in ons gezin… dat is een rouw die nooit meer overgaat. Al het werk dat ik na zijn overlijden heb gemaakt, laat dat zien.

Ik heb weer geleerd om te genieten, maar in alle geluk en blijdschap is het verdriet er ook. Het kan na al die jaren zo ineens weer zo rauw zijn als toen.

„Zijn gemis in ons gezin… dat is een rouw die nooit meer overgaat. Al het werk dat ik na zijn overlijden heb gemaakt, laat dat zien”

Dat contrast, de diepten in ons leven, én de volmaaktheid die te vinden is bij Hem en ten dele nog is overgebleven in ons leven, dat wil ik bij elkaar op één doek brengen.

Er zit een bodem in ons verdriet, omdat we weten dat Jan Peter een goede ruil deed, hij mag bij de Heere zijn. Anders zou het ondragelijk zijn.

Als ik terugdenk aan die tijd, als moeder met vier kleine kinderen en zonder man, dan snap ik niet hoe het ging. Eén van mijn dochters is nu net zo oud als ik toen, ze is ook moeder. Dat werpt me soms zo ineens terug in de tijd. Maar ik kreeg destijds de kracht.”

Levensgrote schaduw
In de periode na zijn overlijden, bleef Gonda schilderen. Een schilderij waarin ze die rouw heeft verbeeld, hangt bij haar thuis. Ze maakte het in alle hevige emoties, in krap een kwartier. „Dat verkoop ik niet, daar kan ik geen afstand van doen, het is me dierbaar. ‘Uw weg was in de zee’. Daar zit alles in.”

Het allereerste dat ze schetste na zijn sterven, was op een post-itje. „Het was in de winter toen Jan Peter overleed. Ik ging een tijdje na zijn begrafenis alleen naar het graf terug. Er stond toen een klein bordje in de aarde, weet je wel? Met zo’n stokje. De steen moest nog gemaakt worden.

Een schilderij waarin ze die rouw heeft verbeeld, hangt bij haar thuis. Ze maakte het in alle hevige emoties, in krap een kwartier

En terwijl de zon op mijn rug scheen, viel mijn schaduw levensgroot over zijn graf. Een klein hoofdje en een enorm wijde poncho. Dat was ik.

Toen ik verder keek, zag ik dat er ook een schaduw viel van dat bordje, waarop zijn naam stond. Een klein, langwerpig schaduwtje op de aarde. Dat was alles.

Thuis heb ik het gelijk met pen op een papiertje geschetst. Dat beeld zal ik nooit meer vergeten.”

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Opvoeding
Best Gelezen Kerk